foto: Katrijn Van Giel

Volg hier de reis van Adriaan Van Aken. In september maakt hij de laatste reis met zijn geliefde gezinswagen om op basis van deze reis een voorstelling en podcast te maken: Afscheid van een Auto.

01.09: aire de lisses (km 29 op de A6, het eerste deel van de autoroute du soleil) kijkt ondermeer uit op een ‘office depot’, maar een ikea is er ook. zou ik even van de snelweg ontsnappen voor een portie gravat lax?

01.09: aire de fleury... zijn snelwegkunst, zijn franse toiletten,... rustig plekje wel. eentje voor de kenners, want de afrit is meteen na de péage en amper aangegeven.

02.09: ah! achère la forêt! topbestemming! veel eerste keren beleefd: eerste keer koffie maken op wat bouwer wim ‘de verbinding met de buitenwereld’ noemt, een uitklapbaar tafeltje waarop een gasstel past, wat het reisgehalte van de wagen nog doet stijgen. ook mijn eerste snelwegdouche genomen en straks mijn eerste restaurantmaal. ik zag alvast dat ze canard serveren. laat ik dat maar doen dan.

02.09: achère la forêt: laat u niet afleiden door de pijl, het is ernaast te doen. wanneer ik terugkeer van de lunch (en het laden van mijn laptop) hebben tientallen mussen zich verzameld rond mijn wagen. onwillekeurig moet ik aan sneeuwwitje denken die eveneens aantrok had van schattige dieren.

ik lees er ‘de autonauten van de kosmosnelweg’ op na en wat blijkt? dunlop en cortazar werden op deze parking tijdens de picknick door grote horden eksters lastiggevallen!

op mijn huidige parking twee dwergen gespot die een hondje uitlieten. echt waar! er gaat een zekere magie uit van ‘aire de villiers’. er zijn pijlen die je naar een ‘panoramisch uitzicht’ loodsen, maar die vormen enkel een afleidingmanoeuvre. het uitzicht slaagt tegen. aan de andere kant evenwel, een eind het bos in via een miniscuul paadje, staat een verborgen picknicktafel tussen hunebed-aandoende rotsen verscholen.

03.09: aire de nemours. van alle gemakken voorzien (behalve schaduw), maar vooral een gegeerde stopplaats omwille van zijn passerelle. wie het gevoel wil opdoen ‘daar stil te staan waar alles en iedereen in beweging is’, moet hier zijn. dan beleef je dat gevoel op zijn sterkst: in bovenaanzicht.

aan de andere kant van de snelweg? een motel dat aan mijn aandacht was ontsnapt tijdens het samenstellen van het roadbook. zal ik? ook dunlop en cortazar gingen hier immers op hotel...

 

03.09: aire de sonville. ‘son’ is het mooie franse woord voor geluid. maar klinken doet deze parking amper.

er is een nette scheiding gemaakt tussen de gewone (snelle) bezoekers en ‘les visiteurs long durée’, de slapers dus. ik vraag mij af waar ze blijven! ik sta hier gans alleen!

of ik niet beter dat motel had genomen? op de vorige parking? waar ook dunlop en cortazar geslapen hebben? nee! want dan moet ik mijn auto te lang missen. en zo lang hebben we niet meer samen.

04.09: aire du liard. brood met choco in het aanpalend bos. nu ja, bos... dunlop en cortazar maken gewag van zwemwater, een klein strandje. maar gaan zwemmen doen ze niet. niet bij gebrek aan badkostuum (dat hadden ze in de gauwte aan hun bagage toegevoegd, ‘voor het geval’), maar omdat ze krokodillen vermoeden onder het wateroppervlak. zou de wegenmaatschappij daarom dat hekwerk hebben geïnstalleerd?

04.09 aire du parc thierry, net geen 100 km van parijs. voor de eerste maal niet in vakken, maar ‘in lijn’ geparkeerd (vlak naast een park dat ‘thierry’ heet, een geruststellende naam).

16u05: complete verwarring als ik na een dutje het sympathieke achtersteven van mijn wagen opengooi en daar zijn voorsteven meen te ontwaren!

05.09: dag 5, stop 1, aire des chataigniers. in één shot tonen waar ik ben, welke aires ik nog aandoe tot en met volgende week woensdag én laten zien dat het regent hier, op mijn eerste stop in bourgondië. je moet het maar doen!

05.09: dag 5, stop 2, aire de la réserve, 107 km van parijs.

de deur naar de backstage van de snelwegparking. daar waar de meest geëerde gasten van de autoroute - de truckers!- op adem kunnen komen in de tv-kamer, een douche kunnen nemen, een was kunnen insteken.

ik ben voor de douche gegaan. gewoon de sleutel ophalen in het winkeltje en verder wijst het zichzelf uit. het kost niks, maar je moet wel je autosleutel in bewaring geven. niet je identiteitskaart, maar je autosleutels… Meer weergeven

06.09: dag 6, stop 1, aire de la racheuse, 634 km van marseille.

van een bos met knoestig, onregelmatig hout wordt gezegd dat het ‘racheuse’ is. temidden dat bos stoot ik op deze toren - een gsm-mast?- waarvan de ijzeren logica mij evengoed ontgaat.

ik vecht tegen de kinderlijke aandrang om er niettemin de eiffeltoren in te zien, maar faal jammerlijk. dit is hem! de eiffeltoren van de weg.

06.09: dag 6, stop 2, aire de la biche, heel dicht bij de stad auxerre, die je vanop de weg in verte kan zien liggen.

volgens de originele autonauten (die af en toe de recensent in zichzelf voelden bovenkomen) een ‘driesterrenparking’. en gelijk hebben ze. andere overeenkomsten met 1982? de laag overscherende sportvliegtuigjes en de magnifieke zon.

14u07: nu overkomt het me weer! bij terugkomst van een wandeling naar het hekwerk (waarachter zich volgens de toeristische borden een uitgebreid natuurgebied bevindt), staat mijn wagen alweer op een andere plek dan waar ik hem achterliet, compleet met openstaande achterklep! zijn geschonden flank is als bij wonder genezen...

14u18: om bij te komen eet ik mijn eerste blikje ‘cocktail 4 fruit’ van het merk ‘st-mamet les vergers’, voor vertrek aangekocht bij wijze van knipoog naar dunlop en cortazar, die het zowat de hele tijd met blikvoer moesten doen, ook op fruitgebied.

06.09: dag 6, stop 3, motel kyriad direct auxerre-nord. niet op een aire, maar wel vlakbij de af- en oprit van de A6. bij dit klassieke baanmotel mag mijn gemotoriseerde makker gewoon voor de deur staan, vlakbij zijn baasje. zouden wij de enige gasten zijn?

om mijn eerste motelnacht te vieren, drink ik, compleet in de geest van dunlop en cortazar, een whisky uit een tandenpoetsbeker met wat resterend ijs uit mijn frigobox terwijl mijn wagen buiten naar mij lacht. in godsnaam de romantiek!

07.09: dag 7, stop 1, aire des bois impériaux. ochtend vol aandoenlijke ellende. bialetti met bodempje koude koffie maakt slagzij tijdens een rijmanoeuvre en bevuilt mijn matras en de houten vloer van mijn wagen. tijdens het opkuiswerk langs de kant van de weg aangevallen door wespen die zich als gekken op de koffie stortten.

eens op de aire voor het eerst een plekje tussen de bomen durven innemen, waar ik - gezagsgetrouw als ik ben - normaal gezien altijd netjes in het daartoe aangewezen parkeervak ga staan. erg blij met mijn keuze!

07.09: dag 7, stop 2, aire de venoy-chablis. ten tijde van dunlop-cortazar nog bekend onder de naam ‘venoy-grosse pierre’. een naamsverandering ter promotie van de plaatselijke (wereldberoemde) witte wijn? in de souvenirwinkel raakt mijn vermoeden bevestigd.

tijdens een verkenningstochtje over de parking dit niet-ontwikkeld stuk groen gevonden met uitzicht op de bourgondische heuvelen. de ontwikkelaar heeft dan toch niet alle kansen gegrepen.

08.09: dag 8, stop 1, aire de la grosse tour, 156 km van de stadsgrens van parijs.

gisterenavond alvast doorgereden naar deze parking, aangetrokken door wat dunlop en cortazar erover schreven: ‘paden voor voertuigen, bossen, weiden, wildere parkeerplaats, mooi.’ daar wil ik zijn!

aankomst in het halfduister. een behoudende slaapplek uitgekozen, dichtbij het sanitair.

‘s ochtends uit mijn slaap gehaald door twee heren van de franse douane. ik zeg ze dat ik schrijver, regisseur en podcastmaker ben. ‘en travaillant onderweg naar marseille’. ik toon ze de franse versie van ‘de autonauten v/d kosmosnelweg’. leg ze de regels van het spel uit. het volstaat.

- of ik nog iets aan te geven heb? ‘des cigarettes belges?’
- ‘nee, meneer. dit is een van mijn laatste pakjes.’
- en dat er in 1982 nog veel meer aires waren dan nu. ‘u heeft geluk.’
- ‘dat klopt, meneer. een vijftiental meer. dat scheelt mij heel wat overnachtingen.’

nadien rijd ik alsnog het bos in langs de ‘paden voor voertuigen’. onderweg zie ik de weiden waarvan sprake in het boek. ik zoek een mooi plekje uit, maak koffie en ga aan de slag.

08.09: dag 8, stop 2, aire de la couée. eigenheid van niet-plekken (een snelwegparking is een goed voorbeeld van een niet-plek): niet alleen wisselt de bevolkingssamenstelling er constant, ook de functie, hoe en waarvoor de parking gebruikt wordt, fluctueert voortdurend gedurende de dag.

de ochtend is voor de hondenuitlaters, op de middag wordt er (vooral door fransen op leeftijd) uitgebreid geluncht,... tussen 14u en 16u is het dan weer stil op de parking, want dan zijn de rusters en de dutters aan de slag... gelieve hen niet te storen.

09.09: dag 9, stop 1, aire de montmorency, 178 km van de stadsgrens van parijs.

ruimte maken, ruimte innemen. het is een spel dat ook op snelwegparkings dient gespeeld te worden. drie keer heb ik me al verplaatst in mijn zoektocht naar het beste plekje. een plek waar ik zichtbaar aanwezig kan zijn zonder mij al te hard op te dringen aan mijn tijdelijke medebewoners.

deze meneer, een type dirk de wachter (maar dan in een fletse uitvoering) parkeert zich dwars over de schuine parkeerstroken en neemt met zijn kleine C3 de ruimte in voor wel vier andere auto’s! waarom hij dat doet? ik weet het niet. ik weet alleen: dit wil ik ook leren!

09.09: dag 9, stop 2, aire de la chaponne, zonnig, 27 graden. starichting van mijn trouwe vierwieler: recht naar het zuiden!

kantoortje (clean desk policy) in open lucht opgetrokken voor administratie geluidsfiles. ik ben in het gezelschap van een frans appeltje en vele vertrouwde merken ‘van bij ons’.

dag 9, stop 3, aire d’epoisses, 199 km van de parijse stadsgrens.

eigenlijk is dit mijn parking 1 van dag 10, maar ik ben er alvast naartoe gereden omdat ik hier per se de nacht wilde doorbrengen.

in ‘de autonauten van de kosmosnelweg’ spreken dunlop en cortazar namelijk over ‘hun eerste nachtmerrieachtige parking’. een strook asfalt naast de snelweg waar niet te slapen valt omwille van ‘het gegil van de tgv die als een straalvliegtuig voorbijraast over het viaduct, precies naast de parkeerplaats’.

anno 2020 vind ik op dezelfde plek de meest idyllische parking van mijn hele trip. compleet met knoestige appelaarkes en malse struikskes waarachter picknickveldjes opduiken, het een nog schattiger dan het ander.

de tgv is ook gebleven, maar maakt vandaag niet meer lawaai dan een doorsnee camion op volle snelheid. en voorts is er weinig dat ik mooier vind om naar te kijken dan een voorbijrijdende trein.

10.09: dag 10, stop 1, aire de ruffey, 26 graden, massa’s mooie wolken 360 graden in het rond.

hier vond de eerste bevoorrading van dunlop en cortazar plaats: verse groenten en fruit. ‘tegen scheurbuik,’ schrijven ze, aangezien ze de snelweg grotendeels afreisden op eten uit blikjes en tubes.

hun bevoorraders waren ook meteen hun eerste gasten, hun eerste niet-telefonisch contact met de buitenwereld, wat een euforische lunchscène oplevert.

mijn eerste gast arriveert pas maandag, als ik beaune gepasseerd ben. wie oh wie zou dat kunnen zijn? voor mij een weet, voor u...

het is alvast niet pluk van de petteflet (die staat hier tegenover geparkeerd met zijn rode kraanwagentje), maar vast iemand die minstens zo sympathiek, heldhaftig en levenskrachtig is als hij.

10.09 dag 10, stop 2, aire de fermenot, 218 km van de parijse stadsgrens, waar de autoroute du soleil begint.

zeer ruime en erg bosrijke parking. mocht ik hier zijn om te recenseren, was hij heel veel sterren waard.

ik merk dat ik me steeds dieper in de bossen waag, als die er zijn, en dat mijn auto me daar iedere keer weer een beetje meer in volgt.

vannacht slapen we een eindje het bos in. ik haal mijn koptelefoon boven omdat ik bijna het verschil niet hoor tussen het geruis van de snelweg en dat van de bomen.

21u16: er nadert een wagen over de zandweg. even later doorboort een felle lamp mijn pasgesloten gordijnen. ik trek mijn slippers aan en kom naarbuiten:

- vous dormez ici?
- oui, monsieur, c’est bien pour vous?
- aprr, pour votre securité.
- je sais, monsieur. merci.

11.09 dag 11, stop 1, aire du chien blanc. grote parking met douches! eindelijk weer eens gewassen geraakt.

voor het eerst een andere taal dan frans gehoord dankzij de flix- en blablabussen die hier veelvuldig stoppen.

linksonder de chauffeur van de flixbus naar milaan. vlot kapsel, nette schoentjes, hippe broek, een gsm-hoesje dat matcht met de kleur van zijn das. veel italiaanser kan je niet zijn.

aan boord van zijn bus: jonge mensen in alle kleuren, soorten en maten. is het een zuiver budgettaire keuze dat zij de bus te nemen? of hebben zij er net iets meer van begrepen dan de honderden oudere stelletjes in oversized SUV’s die veruit de grootste bevolkingsgroep vormen op en langs de weg?

groet, adriaan

11.09 dag 11, stop 2, aire de chaignot, 243 km voorbij de parijse stadsgrens.

net voorbij de afrit naar dijon ligt de meest bosrijke aire tot op heden. en dat wil wat zeggen!

de afrit naar dijon is ook de oprit richting lyon voor wie van het noorden komt via luxemburg. ik ben nieuwsgierig of ik de komende dagen al eens een belg (of zelfs maar een nederlander) zal spotten.

vraag: kan een mooie omgeving een sobere maaltijd (cassoullet uit blik met brood en tomaat) compenseren?

antwoord: ja! en zeker als dit je dessert mag zijn!

12.09 dag 12, stop 1, aire de la garenne, ten tijde van dunlop & cortazar gesloten voor verfraaiings- en uitbreidingswerken (inmiddels met succes volbracht).

op de kaart zie je heel mooi mijn traject voor de komende dagen. en waar de A6 de voorbije week een streep van linksboven naar rechtsonder vormde, gaat het vanaf nu in één rechte lijn van noord naar zuid.

de temperaturen schieten de hoogte in, de eerste hagedisjes duiken op tussen de voegen van de ruwe stenen muur waarachter zich het plaatselijk panoramisch bevindt. voorwaar een voorproefje van het zuiden.

12.09:  dag 12, stop 2, aire de la forêt, 259 km voorbij de parijse stadsgrens.

wat moeten een mens en zijn auto op een zonnige zaterdagmiddag op een parking waarover dunlop & cortazar zich reeds in 1982 lyrisch uitlieten omdat ze nooit hadden gedacht zoveel rust en schoonheid te zullen vinden op een aire met een tankstation?

antwoord: in acht genomen dat er op dit uur (ver na de lunch, lang voor het avondeten), werkelijk geen kat te zien is in het idyllische picknickbos waar wij geparkeerd staan, nemen wij het ervan. met madeleines. met mandarijntjes. met dat ene boek dat eindelijk eens uitgelezen mag.

dat ik per se een selfie wilde nemen van dit gebeuren, dat zich overigens geheel en al ‘plat op mijnen buik’ afspeelt, verstoort deze ervaring enigszins, maar uw vele enthousiaste likes en jaloerse comments zullen dat dra beslist weer goedmaken (smiley).

13.09 dag 13, stop 1, aire du rossignol, net ten noorden van de stad beaune, langs wier ringweg ik straks ten tweede male op motel mag.


op deze ‘panoramische parking’, een frans synoniem voor ‘een parking met weinig bomen en dus amper schaduw’, luisterde carol dunlop naar een kwartet van schubert, waardoor ze totaal van de kaart was.

wat eigen luister- en speurwerk en de bevestiging van de bevriende musicoloog (dank, gerrit!) leerde mij dat het om de trage beweging uit ‘de dood en het meisje’ moet zijn gegaan.

hier het gedicht dat schubert tot die compositie inspireerde.

Das Mädchen:

Vorüber! Ach, vorüber!
Geh wilder Knochenmann!
Ich bin noch jung, geh Lieber!
Und rühre mich nicht an.

Der Tod:

Gib deine Hand, du schön und zart Gebild!
Bin Freund, und komme nicht zu strafen:
Sei gutes Muts! ich bin nicht wild,
Sollst sanft in meinen Armen schlafen.


als ik in het autonautenboek snuister, dan ga in helemaal op in de speelsheid en de levenslust van het liefdeskoppel en hun wagen. en dat moet ook exact het schrijfdoel zijn geweest van dunlop/cortazar. niettemin ben ik die twee erg erkentelijk voor het laagje ‘nakende dood’, dat immer daar is, maar nergens ‘in your face’ wordt gebracht.

tijd nu voor een fikse wandeling langs het ‘circuit de découverte’, waar deze aire mee is uitgerust. op de tonen van schubert natuurlijk. dat belooft!

14.09 dag 14, stop 1, aire de beaune-tailly, megaparking met tank- en andere faciliteiten.

de tweede parking met een passerelle ook, een luchtverbinding met de zusterparking aan de overzijde. de ontwerpers kozen er wel voor om de ramen die uitgeven op de snelweg af te plakken met reclame voor plaatselijke wijnen. daardoor schiet de passerelle in mijn ogen zijn doel - een panoramisch zicht creëren op een wereld in beweging - nogal voorbij.

maar deze dubbele parking heeft andere kwaliteiten.

aan beide zijden staat er een in onbruik geraakt motel, waar een beetje autonaut al eens graag een blik op gaat werpen.

aan beide zijden (ik herhaal: aan beide zijden) ontdek ik achter het vervallen hotelgebouw een goed weggestopte blauwe pijl met een picknicksymbool en daarachter de toegang tot een gigantisch sprookjesbos.

wat staan wij hier allemaal nog te doen met onze wagens onder die loden zon? hop! het bos in! het zal ons deugd doen!

12u16: vijf exact gelijkende clio’s duiken op en vormen een barrière. een samenzwering? een promostunt? of een onschuldig uitje van de leden van de clioclub? ik houd het op het laatste, maar houd het hier tevens voor gezien.

14.09 dag 14, stop 2, aire du curney, 285 km van porte d’italie (parijs).

bij het aandoenlijke ‘monument pour l’avenir’ eer betoond aan de gevallenen van de franse versie van ‘onze’ busramp bij sierre, de busramp bij beaune, waarbij 44 kinderen omkwamen onderweg naar huis van een vakantiekamp. in 1982 was dat, luttele dagen nadat dunlop en cortazar er voorbij waren gereden tijdens hun autonautenreis.

verder ook een pakje sigaretten verkocht aan de spaanse trucker roberto, die zonder zat en nog een heel eind rijden moest. zomaar eventjes 3,40 euro winst gemaakt (bij gebrek aan wisselgeld) op de kap van een collega-verslaafde.

maar ook! en vooral! vandaag bezoek ontvangen! vanuit belgië! helemaal hier, op aire de curney!

het bleek om johan petit te gaan die straks, wanneer ‘afscheid van een auto’ een voorstelling wordt, de pet van coach en eindregisseur zal dragen, maar vooral hier in zijn hoedanigheid van vriend-die-ook-wel-in-is-voor-wat-avontuur.

terstond begon johan voor mij een borgerhoutse specialiteit te bereiden, met inheemse ingrediënten: een tajine van kip met olijven en ingelegde citroen, begeleid door een uitstekende couscous.

het werd een hele fijne avond, dieper het bos in dan ooit tevoren. en de verse kleren en ander broodnodig toebehoren van het thuisfront zijn meteen bezorgd, de vuile kleren meegegeven.

dank, johan! en vele groeten aan iedereen thuis. morgen sturen we beslist een betere foto

15.09 dag 15, stop 1, aire de la ferté, 120km voor lyon.

afscheid van vriend johan op het enige schaduwrijke plekje van het betonnen hitte-eiland genaamd ‘aire de la ferté’ (wat ironisch genoeg ‘rustplaats van de vruchtbaarheid’ betekent).

gelukkig zijn er de koffie, de broodjes en de citrustaartjes om het een beetje goed te maken. goeie rit noordwaarts, johan!

ontsnappen aan de hitte en de pislucht (had ik die al vermeld?) zou ik doen in het groen van ‘aire de jugy’, die is uitgerust met een spectaculaire mega-speeltuin met als thema ‘champignons’!

het is erg schrikken als ik constateer dat de aire is afgesloten voor alle verkeer. in het voorbijrijden zie ik tractors en camions sproeiwerken uitvoeren. anti-covid? of iets in de insecticidesfeer?

dunlop en cortazar spreken graag van ‘sabotage’ als zij een parking gesloten vinden. ik beschouwde het als een komische overdrijving, maar begrijp nu helemaal wat ze bedoelen.

15.09 dag 15, stop 2, aire de farges, 95 km voor lyon.

een parking als deze kan ook uitstekend dienst doen als co-workingplaats. social distance gegarandeerd. je ziet ze daarom haast niet zitten, maar die dame, daar aan die witte picknicktafel, is al gedurende de hele namiddag mijn collega-laptopwerker.

daarna, terwijl ik mijn schamel potje kook, sla ik aan de andere kant van de wagen iets gade dat mij eerst aan trage turnoefeningen doet denken, maar bij nader inzien het avondgebed van een islamitische truckchauffeur blijkt te zijn.

soms lijkt parkinglandia echt heel erg op de gewone wereld. en precies op die momenten mis ik jullie allemaal heel hard. dat mag gerust geweten zijn.

16.09 dag 16, stop 1, aire de mâcon st-albain, 83 km voor lyon.

in de passerelle tussen zusterparkings aire de mâcon st-albain en aire de mâcon la salle voorziet mac donald’s in werkplekken - stopcontact! wifitoegang!- met zicht op beide rijrichtingen van de snelweg. cool! maar je wordt wel geacht om zelf ook in beweging te blijven.

reden temeer om wat sneller dan voorzien te moven en alvast de schaduw en het groen van mijn slaapparking ‘aire de crêches’ op te zoeken.

maar o wee! voor de tweede maal in evenveel dagen heb ik het zitten: parking afgesloten door werken...

gevolg: historisch lang gereden vandaag. wel 43 km scheidt mij van mijn vorige overnachtingsplek! en wat erger is, mijn huidige parking is niet bepaald je dat. maar daarover later meer.

16.09 dag 16, stop 2, aire de dracé, 50 km voor lyon.

een beproeving, dat is aire de dracé, een langgerekt parkeereiland met benzinepomp en winkel, waar bij mijn aankomst, na een uitgebreide verkenning te voet, welgeteld één schaduwplekje is te vinden, waar mijn auto gelukkig nipt in past.

een offroad-plekje is het, maar daar draait de ervaren autonaut die ik inmiddels ben zijn hand niet meer voor om.

straks om 20u organiseert mijn nieuwstedelijk-collega tim een google meet-sessie met de vrienden van het gezelschap.

ik zal mijn verhaal kunnen doen. iets om naar uit te kijken. alleen jammer dat ik net nu voor het eerst op een aire sta waar de mistroostigheid in dikke, zweterige druppels vanaf druipt.

een karaktertest, dat is aire de dracé! maar mijn auto en ik zullen niet versagen!

groet, adriaan

noodzakelijke aanvulling: 19u15 - ik zie de ene trucker na de andere bezweet en wel richting sanitair lopen met een toiletzak en een rugzakje met proper goed. stuk voor stuk keren ze frisgewassen en ruikend naar sunlightzeep terug naar hun truck. dan weet ik het! dat is dus de aantrekkingspool van aire de dracé! het sanitair is er top! ik ga kijken en vind - inderdaad - het mooiste, modernste, gezelligste en best functionerende sanitair van de hele A6 terug. wauw!

17.09 dag 17, stop 1, aire du patural, nog 38 km tot lyon.

of er echt een truckersuniform bestaat, iets vestimentairs dat simpelweg standaard is, daar ben ik nog niet uit. maar één ding hebben truckers écht allemaal: ontzettend brede kuiten.

vanochtend voor het eerst camions zien staan aan de afrit van de parking, waar dat langs belgische wegen echt standaard is geworden. nochtans was de truckersparking enorm ruim.

aire de dracé was voor mij misschien een iets pittiger verblijfsplek, het ultramoderne sanitair, dé aantrekkingspool bij uitstek voor overnachtende routiers, maakte alles goed.

het viel mij op hoe de bermen langs de parkeerplekjes voor één keer niet naar oude pis geurden. zo goed is dat sanitair dus, dat zelfs de mannen de bosjes laten voor wat ze tenslotte zijn: bosjes.

17.09 dag 17, stop 2, rustpauze in motel ibis budget, villefranche-sur-saône, op 400m van de A6.

tijd voor de boekhouding van de audiofiles en om wat stevigere wifi in te zetten om de bestanden veilig in de cloud te plaatsen.

op die manier ook de hitte langs de snelweg vermeden, wat een beetje als valsspelen aanvoelt. maar morgen zet ik dat helemaal recht met een heroïsche overnachting naast een naftstation op de ring rond lyon, waar het voorzekerst zal stikken van het schorriemorrie!

maar voor nu: guess what! ik ben er alweer in geslaagd een motel uit te kiezen dat daadwerkelijk een motel is: zo goed als vlak naast de snelweg (de ‘mo’ in motel staat voor ‘motorway’) en mijn makker staat hier recht voor de deur, wat buitengewoon juist aanvoelt.

(zo nu en dan haal ik mijn sleutel boven en laat ik hem even naar mij pinken)


18.09 dag 18, stop 1, aire de chères-est, de laatste aire voor lyon (21 km).

hoe zuidelijker, hoe triester de parkings lijken te worden. aire de chères-est kent weliswaar een passerelle, maar alle voorzieningen bevinden zich, zoals dat dan gaat, aan westelijke zijde. discriminatie?

niettemin leuke ontmoetingen gehad aan de schamele oostzijde.

een hollands koppel op weg naar hun vakantiehuis in de cévennes en, bij wijze van contrast, lifter shervin (bij het nieuwstedelijk hebben we er ook eentje, maar hier betreft het een mannelijk exemplaar), een milieuactivist uit lyon, die net terugkomt van een gerechtelijk proces in nancy wegens aanwezig in een officieuze en dus verboden manifestatie tegen de nucleaire sector.

- of hij tijd heeft voor koffie?
- zeker.

ik verricht de nodige handelingen met mijn gasvuurtje. en wanneer mijn bialetti even later aan het pruttelen gaat, biecht hij me op dat hij eigenlijk geen koffie lust.

- mais du café, c’est quelque chose social.

ik zeg dat ik hem begrijp. dat koffie mensen samenbrengt. zelfs mensen die geen koffie lusten.

- but you love the smell, don’t you?
- oh, yes!

groet, adriaan

ps: ook dunlop en cortazar besteedden in 1982 aandacht aan aire de chères met een foto waarvan het onderschrift luidt: ‘parkeerplaats chères, waar het aan niks ontbreekt, behalve aan schoonheid’. dat moet anno 2020 worden herzien naar ‘parkeerplaats chères, waar het aan alles ontbreekt, niet in het minst aan schoonheid’.

18.09 dag 18, stop 2, aire de solaize, nog op de kop 300 km tot marseille, eindbestemming.

‘gruwel der gruwelen’ noemen dunlop en cortazar deze parking en hij is er sindsdien nog hevig op achteruitgegaan. de dingen waar zij toen troost uit putten (het buffet, de douches) zijn allemaal verleden tijd.

wel aanwezig: een bijzonder sympathiek ogende carwash! die ‘indisponible’ blijkt te zijn...

jammer voor mijn trouwe wagen, die zo’n opkikker wel kon gebruiken. er is dan ook een stevige mijlpaal bereikt. we zijn dapper de tunnels van lyon doorgesukkeld en hebben de A6 succesvol voor de A7 verruild.

zodoende zagen we, voor het eerst prominent in beeld, de aanduiding ‘marseille’, wat nog steeds ons einddoel is, de plek waar onze wegen voorgoed zullen scheiden.

zouden we al wat naderbij mogen sluipen? niet om de reis te versnellen, maar om samen opnieuw de nacht in het groen door te kunnen brengen? daar waar wij ons het prettigst voelden de afgelopen weken en dagen, het dichtst bij elkaar?

19.09 dag 19, stop 1, aire d’aubérives, 271 km voor marseille.

ah, aire d’aubérives! lucht, ruimte, hoge bomen, volop schaduw! precies waar mijn wagen en ik aan toe zijn na de hel rond lyon.

dunlop en cortazar kampeerden hier langs het beekje, brachten er een regennacht door en merkten bij het ontwaken dat het lieflijke stroompje een woeste stroom geworden was die hun ei zo na had overspoeld (het ultieme bewijs dat hun expeditie echt gevaarlijk was).

ook nu is er regen op komst, maar een overstroming zit er niet meteen in. het beekje is er nog, maar ze hebben het achter een hek gestoken, van waarachter het water een volstrekt futloze indruk geeft.

verder niks dan goeds over deze plek, waar ik zonet de bestuurder van een sputterende oude audi een van de weinige daden zag verrichten die ik hier onmogelijk achtte: tanken.

19.09 dag 19, stop 2, aire de st-rambert d’albon, megaparking op 253 km van marseille.

stel u een groot, koepelvormig gebouw voor met aan de ene kant een grote glaspartij waaronder zich tal van tafeltjes bevinden. en aan de andere kant, in een halve cirkel, deze opeenvolging van bovenlokale ondernemingen: steakhouse hippopotame (gesloten), broodjeszaak subway (gesloten), koffiestand paul (kassa aan het maken), souvenirwinkel les saveurs de la drôme (open, maar geen kat te zien, zelfs geen winkeljuf- of heer) en tot slot buffetrestaurant l’arche, waar een enorm stuk rosbief wordt aangesneden waar allicht niemand van zal eten vanavond. ook ik niet, want ik kies voor de balletjes in tomatensaus.

- avec des frites?
- non! avec des légumes, svp!

want precies die groenten brengen mij hierheen. anti-scheurbuik, weten jullie nog?

het bordje ziet er een beetje zielig uit, maar is verder ‘gewoon ok’.

een beetje zoals ikzelf, zoals ik daar in mijn dooie eentje zit te eten onder die reusachtige koepel. of zoals de parking eromheen, die bij gebrek aan menselijke gebruikers helemaal door vogels is overgenomen: mussen, duiven, kraaien en eksters.

eenden zijn hier ook, vanwege de vijver achter het hoofdgebouw. en aan de overkant spot ik, terwijl ik terugloop naar mijn wagen, zowaar een reiger. wie inzoomt, zal hem ook zien, helemaal centraal in beeld.

nu is mijn vraag: is dat eigenlijk nog speciaal, een reiger spotten? of eerder iets dat u iedere dag of week overkomt? ik ben nog op zoek naar iets om deze dag een beetje glans mee te geven. vandaar dat ik het vraag. excuus voor mijn gezaag!

20.09 dag 20, stop 1, aire de bornaron, 238 km voor marseille.

dankzij de regen van vannacht voor het eerst de geur van de herfst kunnen opsnuiven in de bossen van aire de bornaron, een geliefde stopplaats bij rustzoekers (dus erg druk op zondag).

op weg hierheen alweer een parking moeten skippen. ‘aire de blacheronde’: voorgoed gesloten wegens in onbruik geraakt. meer dan een veredelde vluchtstrook was deze aire dan ook niet, maar toch: rust in vrede, beste aire!

na de reiger die ik gisteren spotte (dank voor de reacties, de opkikker is binnen) heb ik nu een jongedame in het vizier die op haar beurt iets gespot heeft. ik kan niet zien wat, maar ze kromt alvast haar rug, vastbesloten om er een foto van te maken.

20.09 dag 20, stop 2, aire de pont de l’isère, 222 km voor marseille.

kinderen in pyama steken voor aanvang van het nachtelijk deel van een lange rit. het is niet alleen in praktisch opzicht een aanrader (het werkt echt!), er gaat ook waanzinnig veel ‘sfeer’ van uit.

in de eerste plaats voor het kind zelf, dat in pyama over de avondlijke parking mag lopen en - in het geval van de peuter op deze foto - naar het (onzichtbare) paardje mag gaan kijken.

maar ook voor ons, de toeschouwer, gaat er iets van uit dat ‘raakt’.

er zijn veel goede argumenten tegen autogebruik. er zijn er nog meer tegen autobezit. maar er zijn nog verrekt veel meer cultureel-psychologische zaken (dingen en dingetjes) die maken dat we emotioneel verbonden zijn met auto’s. en dat begint zo ongeveer rond de leeftijd van dit kind.

als ik met mensen over ‘afscheid van een auto’ praat, krijg ik vaak auto-anecdotes cadeau. heel vaak verhalen over autoreizen via de autoroute du soleil. als kind, met het ganse gezin.

ook daarom klopt deze route zo voor mij, niet alleen omdat dunlop & cortazar haar in 1982 reden, maar omdat wij deze route allemaal ooit reden.

deel je ook graag een auto-herinnering met mij? stuur gerust door via de bekende kanalen.