KRIS CUPPENS OVER KLOPTEROP
Een tekst over het ontstaan van de voorstelling en de schaduwkant van de maan, op basis van een interview met maker Kris Cuppens.
Onbekend terrein
Klopterop is eigenlijk ontstaan op vraag van Oda. Ik kwam eens een kijkje nemen op het Bronksfestival. Vooral om het gebouw te zien. Maar ik heb ook twee jonge kinderen, dus dat festival leek me wel wat. Bronks ken ik natuurlijk, maar kindertheater is niet echt mijn biotoop. Toch liep ik tijdens het Bronksfestival erg gelukkig te wezen. Dat moet Oda hebben gezien. En dus stelde ze de vraag of ik zin had “om eens iets in het kindertheater te doen?”
Ik was een beetje bang om dat voor mij onbekende terrein te betreden. Mijn onderwerpen zijn meestal niet zo kindvriendelijk. Maar ik hou wel van een uitdaging. Of ik de taal van de kinderen zou weten te vatten? En toch mijn eigenheid zou weten te bewaren? Thuis voor het bedverhaaltje voor zonen en dochter durf ik wel eens loos gaan. Als niemand, behalve zij, het zien. Maar op een podium?
Maar Oda is erg charmant en het Bronksgebouw erg uitnodigend. Het festival vervulde me met een gevoel van 'contentement'. Dus werd ik enigszins roekeloos. Een zwak moment. “Maar iets kleins. Uit te proberen op een volgend festival.” Maar gaandeweg werd dat niemendalletje dan toch een heus project. Want je moet dan over inhoud gaan nadenken. En over een titel. En met wie je het wil maken? En uiteindelijk sta je waar Oda en haar fantastische ploeg je hebben willen. Op het podium, met een kindervoorstelling.
Openbaring
Het maken van Klopterop was voor mij een openbaring. Ik werd teruggeworpen op de essentie van waarom ik in het theater wilde. Simpelweg vertellen, vertolken, samen met kompanen en een publiek dat onbevangen reageert. Zonder normen of stijlstandaarden. Ik had namelijk niet echt een referentiekader. Wat uiteindelijk erg bevrijdend bleek.
De repetities voor de eerste versie waren, hoewel ik me die periode slecht voelde en er veel tijdsdruk was, oases. Ik ontdekte in mezelf terug de speler. Vond het kind terug in de ouwe man die ik gaandeweg word. Nu, bij het herwerken van de proefvoorstelling tot een volwaardige versie, kijk ik al uit naar de belofte van plezier die het maken van zo een kindervoorstelling blijkbaar in zich draagt. Ik heb er zin in. De bedoeling is dat we het hele ding hertimmeren, en nog verder gaan op de weg die ik vooralsnog een beetje schoorvoetend heb betreden. Kinderen kunnen blijkbaar qua bv. 'donkerte' toch nog meer aan dan ik dacht.
Het verborgene
De voorstelling draait om de frustratie, de onmacht, en de daarmee gepaard gaande agressie, de 'coleire' die zowel kinderen als volwassenen in zich dragen als de dingen niet gaan zoals ze willen. Die vernietigende kracht kan wonden slaan, maar kan je ook bergen doen beklimmen, en over ravijnen doen springen. Het is de achterkant van de maan die me interesseert. De barsten. Hoe zicht en vat te krijgen op het verborgene, de schaduwkant? Over hoe kraters valkuilen blijken voor jaren. Maar builen en blutsen ook een rijkdom kunnen zijn. Omdat ze iemand maken tot wie hij is. En hoe kinderen zowel als volwassenen zich wel eens kunnen verliezen. En soms onherstelbare schade kunnen berokkenen aan zichzelf, en aan elkaar. Maar dat er ook wel een kracht is die ons telkens weer doet recht krabbelen. Die ons de brokken in ogenschouw doet nemen en de boel weer bij elkaar doet lijmen. Keer op keer. Telkens opnieuw zetten we ons in beweging. Omdat stilstaan geen optie is. En omdat iedere mens, ieder kind, een -zij het soms gehavende- held is in het diepst van zijn gedachten.
Ritmische klank
Het fysieke is erg van belang. Sowieso. Dat uit zich ook in het ritmisch omgaan met klank. Zowel in woorden als in muziek. Ik grijp ook de gelegenheid aan om tegen het dansen en het zingen te gaan aanleunen, omdat dit mijn jonge publiek ook uitnodigt deel van de voorstelling uit te maken. En omdat ik daar zin in heb. je kinderen het kinderliedjesrepertoire doornemen is toch heerlijk? Mijn ultieme droom is dan ook dat één van de liedjes of ritmische teksten deel gaan uitmaken van dat repertoire. Tot wanhoop van de ouders.
Ik hou ook van het sjamanistische gegeven, om het ongrijpbare om te zetten in een fysiek, bijna tranceachtige cadans. Geert Waegeman en Ephraïm Cielen zijn, naast muzikale genieën, heerlijke venten om dat tot stand te brengen. Kristof Van Perre neemt, naast de rol van broer, de instant beeldvoering voor zijn rekening. De dingen die in beeld worden gebracht, zijn echter niet wat ze zijn. Niets is immers wat het lijkt. Hij zorgt ervoor dat het evidente toch weer onbekend terrein wordt. De achterkant van de maan, nietwaar.




