Stijn Devillé brengt in Orde van de dag het bekroonde boek L'Ordre du Jour van Éric Vuillard tot leven, met een blik op de cruciale jaren voorafgaand aan de Anschluss. In dit interview vertelt hij hoe het boek zijn verbeelding prikkelde, waarom er op scène geschaatst wordt en hoe muziek, humor en moreel evenwicht samenkomen in wat hij zelf “The Tonight Show van 1933” noemt.

 

"Het is een oproep om ons hoofd recht te houden en als burger en gemeenschap standvastig te zijn, om onze principes en waarden te beschermen en verdedigen."

Hoe ben je op het boek L'Ordre du Jour van Éric Vuillard gekomen?

Mijn vaste vertaalster Maryline Van Parys, die eerder al Hitler is dood naar het Frans vertaalde, had L'Ordre du Jour gelezen en raadde het me aan. Ze zei: "Daar komt zoveel in terug uit Hitler is dood, dat gaat echt iets voor u zijn." Ik heb het boek gelezen, en was enorm gefascineerd. Enerzijds liep het sterk gelijk met een toneelstuk dat ik zelf 17 jaar geleden schreef (Hitler is dood). Anderzijds stond er ook veel in wat ik totaal niet wist, dingen die bij mijn vroegere research niet naar boven waren gekomen. Wat ik ook heel fascinerend vond, was de totaal andere toon. Het is een dun boekje, maar zo ragfijn en glashelder geschreven dat ik meteen het gevoel had: hier zit theatermateriaal in. Als ik romans lees, leest altijd de theatermaker in mij mee. Door de lichtheid van die taal en die helderheid dacht ik: dit kan theater worden. Bij heel veel romans lukt dat niet, omdat de zinnen te complex zijn of de plot te ingewikkeld. In het theater heb je maar één luisterkans. De toeschouwer moet meteen mee zijn. Vuillard geeft zijn boek trouwens als ondertitel niet 'roman', of 'novelle', maar 'récit', wat letterlijk 'vertelling' betekent. Ik snap heel goed waarom hij dit geen roman of novelle noemt. Het is gewoon wat er werkelijk is gebeurd, al zal hij het hier en daar wel wat aangedikt of aangescherpt hebben.

Heb je veel aanpassingen moeten doen aan de tekst om het theatraler te maken, of is het vrij letterlijk overgenomen?

 Wat ik gedaan heb, is een procedé dat ik vaak toepas in mijn bewerkingen van proza naar theater. In eerste instantie ben ik ingegaan op de ik- en de wij-figuur in de tekst en heb ik daar een stemmenspel van gemaakt. Ik heb eigenlijk zo goed als geen letter veranderd. Wat ik wel gedaan heb, is knippen. Want ook al is het een dun boekje, als je alles uit moet spreken, ben je zes uur bezig. Ik heb drastisch geknipt. 

We houden nu ergens rond de dertig procent over. Die tekst is vervolgens verdeeld over verschillende stemmen, om het inzichtelijker te maken, personages te introduceren, en wat theatraliteit toe te voegen. Zodat niet één iemand aan één stuk door aan het woord is. Maar alle zinnen die in de voorstelling gezegd worden, zijn geschreven door Éric Vuillard.

Niks toegevoegd?

Nee, dat mocht ook niet. Dat is de afspraak met de auteur en de uitgeverij: ik blijf heel dicht bij de tekst.

Welke stemmen zullen we horen?

De spelers wisselen heel sterk af tussen verteller en personage. Er is een beschouwende verteller enerzijds en een personage anderzijds, al ben je als personage ook een beetje verteller, en omgekeerd. Dat is een heel transparant spel dat we gewoon laten zien. Soms gebeurt dat door de toon of door een stembuiging. Soms door iets aan het kostuum te veranderen.

Er gaat geschaatst worden. Kan je iets vertellen over de ijspiste?

Ik ben enorm geïnspireerd door de beelden die Vuillard maakt, die zijn elk op zich een klein schilderij. Hij verwijst in het boek voortdurend naar de kou. Alle gebeurtenissen spelen zich af in februari en maart. De rivier is nog bevroren, er is sneeuw, de lucht heeft dat zinderende blauw van een winterochtend. Daar hebben we dankbaar gebruik van gemaakt in de scenografie. We hebben dat vertaald naar een symbolisch niveau, want alle personages en de epische vraagstukken die het boek oproept, situeren zich op een hellend vlak. Om het maar te zeggen: op glad ijs. Je voelt dat elk personage voortdurend onderuit zou kunnen gaan. Sommigen doen dat ook. Anderen proberen zich krampachtig overeind te houden. Anderen slagen er blijkbaar moeiteloos in om in een akelige situatie staande te blijven. Op die manier zijn we op het idee van de ijspiste gekomen, zowel vanuit die kou als vanuit het feit dat de morele situatie zo ijzingwekkend én gevaarlijk is. Er wordt wel echt geschaatst, maar uiteindelijk gaat het meer over de vraag: houden de personages zich overeind of niet?

Er wordt gewerkt met muziek, zang en choreografie. Op welke manier draagt dat bij aan het verhaal?

Er is een uitspraak van George Steiner, die de vraag stelt: “Hoe is het mogelijk dat een volk en een cultuur die verantwoordelijk zijn voor de grootste schoonheid die ooit gemaakt is, de muziek van Mozart, Beethoven, Bach, tegelijk in staat is de zwartste bladzijde uit de mensheid te verwezenlijken?” ("How is it that a culture which produced Bach, Mozart and Beethoven also produced Auschwitz?") Die immense tegenstelling tussen schoonheid enerzijds en bittere historische realiteit anderzijds vond ik zelf heel belangrijk, en die wilde ik naar voren brengen. Bovendien gaat het in het boek ook regelmatig over muziek: er is een hoofdstuk over Beethoven en een over andere Duitse componisten.

Ik wilde na de voorstelling Yellowcake, Little Boy graag opnieuw samenwerken met Maï Ogawa. De muziek in deze voorstelling is heel anders dan wat we bij Het nieuwstedelijk normaal gezien gebruiken, maar dat vond ik net een uitdaging. Enerzijds is er de piano, en het repertoire dat daarop gespeeld wordt. Anderzijds speelt het boek zich af in het Berlijn van de jaren dertig, dat ook enorm gekenmerkt werd door het underground Berlijnse cabaret en zijn protestliederen, een totaal ander repertoire. Die twee in contrast zetten vond ik interessant. Dan zit je meteen bij zang en dans. 

Ik herinner me dat bij een van de eerste repetities de vraag van de spelers was: "Het is zo'n literaire tekst, hoe gaan we daar toneel van maken?" en de introductie van muziek, zang en dans maakt het geheel theatraler. Iedereen begrijpt nu heel goed hoe we toneel van dit gaan maken. Het is een klein beetje een toverdoos die je opendoet.

Zijn er bepaalde parallellen of inzichten die je graag wilt dat mensen meenemen als ze de zaal uitlopen?

Ik wil het vooral aan de mensen zelf laten. De parallellen die zich vandaag afspelen zijn zo evident dat ik het niet nodig vind om ze nog meer te benadrukken. Als je dat doet, reduceer je ook een stukje de complexiteit van wat er toen gebeurde én van wat er vandaag gebeurt, je smeert die dicht in een voor de hand liggende vergelijking. Dat willen we niet doen. Maar het zindert wel de hele tijd mee in de voorstelling. Er zijn zinnen, passages, personages die in 1933 ontstellend waren en die we vandaag opnieuw terugvinden. Die parallellen zullen mensen zeker zelf trekken. 

Wat ik interessant vind om op te letten, is de verhouding van de acteurs tot de tekst, de verhouding tussen personage en verteller. Want wat we sterk gemerkt hebben in hoe we het materiaal behandelen op het podium, is dat het eigenlijk heel gelijklopend is met wat talkshowhosts vandaag doen. Zij brengen de actualiteit en voorzien deze vervolgens met hun eigen commentaar, vaak op een ironische manier. Denk aan de Nederlandse Arjen Lubach, of aan de grote Amerikaanse voorbeelden als Stephen Colbert, Jon Stewart en Jimmy Kimmel. In zekere zin doen wij precies hetzelfde op scène: we tonen de realiteit en reageren er ter plekke op, met een mengeling van ernst en humor. Je zou dus kunnen zeggen dat we The Tonight Show zijn van 1933.

Was dat de bedoeling bij het maken van het stuk?

Dat was niet de bedoeling. Het is iets wat we gaandeweg ontdekt hebben, dat het misschien precies datgene is wat we aan het doen zijn. Het maakt voor de spelers ook dat ze een glasheldere ingang hebben in hoe ze een scène kunnen aanpakken.

Waarom de keuze voor een vrouwelijke Hitler?

Het is geen keuze voor een vrouwelijke Hitler. Het is een keuze voor Sara Vertongen, een uitstekende acteur. Sara en ik werken ondertussen meer dan 20 jaar samen. Ze is een enorm grappige acteur, maar in de voorstellingen die ik maak, kunnen we dat heel weinig laten zien. Ze heeft meestal heel verantwoordelijke, serieuze rollen: minister, dokter, wetenschapper, dat soort figuren.

Hitler is eigenlijk een nevenpersonage in Orde van de dag. Hij speelt geen centrale rol, maar hij duikt wel voortdurend op. Ik zocht iemand die de karikaturale kant van Hitler kan neerzetten, want spotternij is een manier om grip te krijgen op zo'n figuur, om hem begrijpelijk te maken. Maar ook iemand die de toeschouwer een minuut later bij het nekvel grijpt en de stuipen op het lijf jaagt. Dat is iets wat Sara kan. Ik heb haar gevraagd of ze dat geen leuke uitdaging zou vinden. Ze zag die uitdaging zeker zitten.

Wordt dat vrouw zijn verder benoemd, of een grapje over gemaakt?

Niet echt. Er zit wel een Berlijnse cabaretsong uit de jaren twintig in, “Raus mit den Männern”. De eerste zin is: “Raus mit den Männern aus dem Reichstag”, dus ‘weg met de mannen uit het parlement’. Het lied pleit voor een vrouwenparlement, wat voor die tijd al heel progressief was. In België duurde het nog tot 1949 tot vrouwen mochten stemmen. In de voorstelling wordt het gezongen door vier actrices en de muzikante, alle vrouwen die op scène staan dus. Als daar dan ook de actrice bij is die tegelijkertijd Hitler speelt, krijgt het natuurlijk een dubbele laag.

Heb je een favoriete scène van het hele stuk?

Er zijn er een paar, maar een scène waar ik heel graag aan gewerkt heb, is ‘Onderhoud in de Berghof'. Daarin wordt de Oostenrijkse kanselier eigenlijk afgedreigd door Hitler. De Oostenrijkse kanselier Kurt von Schuschnigg moet zich schikken naar de Duitse kanselier, Hitler. De scène heeft een hilarisch moment, maar het legt tegelijk de machtsverhoudingen heel scherp bloot. Het wordt schitterend gespeeld door Matthias, Tom en Sara. Een superleuke scène. Het is heel hard en heel wrang, zoals goede satire moet zijn.

Als je in één of twee woorden moet zeggen waar het stuk over gaat, welke zouden het zijn?

 "De mens". Het is een bijtend portret van de mens: zowel van de mens die onder druk staat als van de mens die druk uitoefent, net zoals van diegenen die aan de druk weerstaan. Er is een citaat geïnspireerd op Rebecca West, Martha Gellhorn en Hannah Arendt dat ik ook al in Hitler is dood heb gebruikt: "De meeste mensen buigen onder druk, maar sommigen niet, en dat is waar de hoop zit." Het gaat erover wie buigt, wie niet buigt, en of we ons kunnen rechthouden.

Heb je een favoriete zin uit het hele scenario?

 "De wereld buigt voor bluf"

Dat is voor mij één van de belangrijkste zinnen uit de voorstelling en het boek. Die zin wordt eigenlijk drie keer gezegd, eerst gaat het over lef, daarna twee keer over bluf. Als je ziet dat Hitler Oostenrijk, het buurland, gewoon kan innemen zonder dat er één schot is gelost, zonder dat er één soldaat is gedood. Hij heeft het gewoon veroverd door bluf. Dat is iets wat we de afgelopen maanden op een paar momenten ook in de wereldpolitiek bijna hebben zien gebeuren. Geweld blijkt niet noodzakelijk voor macht. Je kan dus gewoon bluffen om je zin te krijgen. Bluf is misschien nog erger dan geweld, want zo geef je de macht aan de pestkop. Het is een oproep om ons hoofd recht te houden en als burger en gemeenschap standvastig te zijn, om onze principes en waarden te beschermen en verdedigen.